Overheid wil procedures bij woningbouw versnellen

Het bouwen van een woning, van plan tot realisatie, duurt gemiddeld tien jaar.

Dat moet sneller kunnen, vindt minister De Jonge. Daartoe heeft hij een ‘Plan van aanpak versnellen processen en procedures woningbouw’ opgesteld.

“Woningbouwontwikkeling moet en kan korter”, zegt De Jonge. “Er zijn voorbeelden van projecten die binnen drie jaar worden gerealiseerd. En het kan nog sneller. Dit plan van aanpak moet ervoor zorgen dat de bouw op alle fronten wordt versneld.”

‘Not in my backyard’

De minister wil onder andere het ‘not in my backyard’-sentiment doorbreken. “We zijn het aan alle woningzoekenden verplicht om alles te doen wat in ons vermogen ligt om de woningbouw te versnellen.”

Het Plan van Aanpak van de minister, dat deze week naar de Tweede Kamer is gestuurd, bevat meerdere versnellingsacties die ervoor moeten zorgen dat de gemiddelde ontwikkeltijd van woningbouwprojecten omlaag gaat.

Planvormingsfase

Trage procedures zijn een belangrijke belemmerende factor. De grootste versnelling in woningbouwontwikkeling is dan ook te bereiken in de planvormingsfase. Rekenen, tekenen, onderzoeken uitzetten, gesprekken met omwonenden en het juridisch vastleggen van afspraken worden nu veelal stap voor stap uitgevoerd. Hierdoor komen in iedere stap nieuwe eisen en wensen op tafel waar in de projecten rekening mee moet worden gehouden. Om die reden moeten ontwerpprocessen meerdere keren over en duurt het traject steeds langer.

Op basis van goede voorbeelden is nu een nieuwe werkwijze ontwikkeld waarbij deze processen gelijktijdig en in samenhang worden uitgevoerd. Deze werkwijze wordt als proef ingezet bij vijf projecten. De opgedane kennis en ervaringen worden gedeeld, zodat ontwikkelaars de werkwijze ook bij andere projecten kunnen toepassen. Hierdoor kan de ontwikkeltijd jaren korter worden, verwacht de minister.

Vergunningen sneller onherroepelijk

Ook in de fase van bezwaar en beroep is versnelling mogelijk. Minister De Jonge ziet dat de bescherming van de belangen van bezwaarmakers momenteel beter is geborgd dan die van woningzoekenden. “Dat willen we meer in balans brengen. Zo wordt in het wetsvoorstel Regie op de volkshuisvesting, dat nog dit voorjaar in consultatie gaat, voorgesteld om voor omgevingsvergunningen van woningbouwprojecten toe te gaan naar beroep in één instantie. Dit in plaats van beroep en hoger beroep. Hierdoor kunnen omgevingsvergunningen aanzienlijk sneller onherroepelijk worden.”

Extra ambtelijke capaciteit

Gebrek aan ambtelijke capaciteit bij gemeenten en provincies is een andere oorzaak van de trage woningbouwontwikkeling. Daarom stelt het ministerie € 90 miljoen beschikbaar om extra personeel in te huren. Ook is er een Expertteam Woningbouw, dat gemeenten in kunnen schakelen wanneer zij vastlopen bij de ontwikkeling van woningbouwprojecten. Dit team bestaat uit zowel strategische adviseurs als projectleiders en juristen.

Standaardisatie

Verder moet er innovatiever en meer industrieel gebouwd gaan worden. Voor elk project gelden nu andere eisen en verplichtingen. Dit kost tijd en geld. Om industriële woningbouw op te schalen, kijkt de overheid samen met de sector naar mogelijkheden voor verdere standaardisatie.

Opdrachtgevers kunnen natuurlijk ook gezamenlijk zorgen voor standaardisatie en opschaling van de industriële productie. Door de vraag met meerdere partijen te bundelen, kunnen bouwers hun productiecapaciteit optimaal benutten; dat biedt ruimte voor innovatie en kostprijsverlaging.

Versnellingstafels

Het Rijk wil de regie nemen door over al deze punten ‘versnellingsafspraken’ te maken in de regionale woondeals. Dat doet zij door bij projecten versnelling te realiseren, en door de inzet van zogeheten versnellingstafels. Aan deze versnellingstafels overleggen overheden, woningcorporaties en marktpartijen over de voortgang van de realisatie van de woningbouwopgave.

Het Plan van Aanpak is een nieuw instrument van de overheid om de woningnood te verminderen. Minister De Jonge, die 900.000 woningen wil bouwen tot en met 2030, regisseerde vorig jaar al de intentieverklaring tussen partijen in de bouw en regionale overheden. Doel hiervan is vertraging van lopende projecten zoveel mogelijk te voorkomen.